CAO Rijk

CAO Rijk

Hoofdstuk 28. Afspraken tussen partijen

§ 28.1 Herkomst cao-bepalingen

Deze cao vervangt de rijksbrede rechtspositionele regelingen die vervallen vanwege het in werking treden van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren per 1 januari 2020.

Dit betreft de regelingen in bijlage 2 van de cao.

Inhoudelijke wijzigingen bij omzetting

De vervallen rijksbrede regelingen zijn in beginsel technisch omgezet in bepalingen in deze cao volgens de uitgangspunten en werkwijze zoals afgesproken in de Arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Rijk 2018-2020. Dit is alleen anders voor:

  1. onderdelen waar dit niet nodig was omdat dit al wordt geregeld door het private arbeidsrecht, zoals aangegeven in de transponeringstabel

  2. onderdelen waar dit vanwege het private arbeidsrecht niet mogelijk was, zoals aangegeven in de transponeringstabel

  3. onderwerpen waarover in de Overeenkomst Van Werk Naar Werk beleid en WW-dossier sector Rijk door partijen in het Sectoroverleg Rijk inhoudelijke afspraken zijn gemaakt die ingaan op 1 januari 2020. Dit betreft:

    • de positie van AOW-gerechtigden bij overtolligheid,
    • de te hanteren peildatum voor het vaststellen van overtolligheid en
    • de vervanging van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk door een nieuwe aanvulling
  4. onderwerpen waarover in de Arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Rijk 2018-2020 en/of daarna door partijen in het Sectoroverleg Rijk (nadere) inhoudelijke afspraken zijn gemaakt die ingaan op of na 1 januari 2020. Dit betreft:

    • de loonsverhoging van 2,0% per 1 januari 2020
    • de laatste stap van de afgesproken aanpassing van het loongebouw per 1 januari 2020
    • de koppeling van de intredeleeftijd van de PAS-regeling en de mogelijkheid van functieverlichting aan de pensioenrekenleeftijd
    • de mogelijkheid tot doorwerken na de AOW- leeftijd
    • de introductie van het Individueel Keuzebudget waar de 8% vakantie-uitkering, de 8,3% eindejaarsuitkering over het salaris en de bovenwettelijke vakantiedagen in opgaan en de keuzemogelijkheden voor fiscaal vriendelijke uitgaven zijn gewijzigd
    • het vervallen van de mobiliteitstoeslag per 1 januari 2020, waarvan de gekapitaliseerde waarde is opgenomen in het IKB (hetgeen ook geldt voor de gekapitaliseerde waarde van de per 1 september 2018 vervallen telewerkvergoeding)
    • een experimenteerbepaling voor nieuwe vormen van personeels- en arbeidsvoorwaardenbeleid
    • afspraken die partijen nog willen maken over het Nieuwe Roosteren.

In de transponeringstabel van de vervallen rijksbrede regelingen naar de nieuwe situatie is per artikel aangegeven wat daarmee gebeurt, en waarom.

In verband met deze inhoudelijke wijzigingen geldt vanaf 1 januari 2020¹:

  • het Individueel Keuzebudget, tenzij wettelijk is geregeld dat sprake is van vakantie-uren, bovenwettelijke vakantie-uren en een vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering. In dat geval blijven de vervallen bepalingen over die onderwerpen van toepassing
  • dat de bepalingen in de rechtspositie die zijn vervallen omdat dit wordt geregeld door het private arbeidsrecht van toepassing blijven als het private arbeidsrecht niet geldt. Indien omzetting vanwege het private arbeidsrecht niet mogelijk was, gelden die bepalingen niet meer.

¹ Bepaling is niet van belang voor rijksambtenaren maar is ten behoeve van (rechtspositionele) regelgeving die verwijst naar vanwege Wnra vervallen rechtspositie van rijksambtenaren.

Wijzigingen in formulering bij omzetting

Bij de technische omzetting hebben partijen voor een aantal rechtspositionele begrippen een andere formulering gekozen. Dit betreft:

Rechtspositioneel begrip Formulering CAO Rijk
Bevoegd gezag Werkgever dan wel leidinggevende in de zin van deze cao
Plaats van tewerkstelling Werklocatie
Aanstelling Arbeidsovereenkomst
Buitengewoon verlof Bijzonder verlof
Verlof met behoud van bezoldiging Verlof met doorbetaling maandinkomen
Onbezoldigd verlof Verlof zonder doorbetaling maandinkomen
Passende arbeid (arbeidsongeschikt) Passend werk (arbeidsongeschikt)
Tenzij het dienstbelang (ernstig) wordt verstoord Tenzij de bedrijfsvoering (ernstig) wordt verstoord
Tegemoetkoming Vergoeding
Inhouding op het salaris Gedeeltelijke doorbetaling van het maandinkomen (of aanvulling op het maandinkomen)
Een kalenderjaar Een jaar
Dienstvoertuig Dienstauto
Remplaçant(enregeling) Plaatsmaker(sregeling)

Hierbij is geen beleidsmatige wijziging beoogd. Daarom kan waar in jurisprudentie de oude begrippen zijn vermeld, de nieuwe formulering worden ingevuld.

Vervallen regelingen die niet worden omgezet

Deze cao vervangt niet de regelingen – of onderdelen van regelingen – die zijn opgenomen in onderstaande tabel, om de daarbij vermelde reden. Deze (onderdelen van de) regelingen blijven van toepassing en zijn opgenomen in bijlage 18 van de cao.

Naam regeling Niet opgenomen in CAO Rijk omdat
Levensloopregeling rijkspersoneel Deelname beperkt tot deelnemers aan de regeling op 31 december 2011 met een saldo van minimaal € 3000. Per 31 december 2021 zal de regeling zijn uitgewerkt vanwege wijziging van artikel 39d van de Wet op de loonbelasting 1964 met ingang van 1 januari 2021, waarin dan wordt bepaald dat als eind 2021 nog saldo zal resteren, dit in één keer wordt uitgekeerd en als loon belast.
- Voorzieningenstelsel Uitzendingen Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VUBZK) Voorzien is dat deze regelingen op afzienbare termijn zullen worden opgenomen in de Aanvullende CAO Rijk Uitzendingen
- Besluit beschikbaarstelling ambtenaren aan het Caribisch deel van het Koninkrijk
- Regeling vergoedingen bij uitzending deskundigen voor korte duur naar het Caribisch deel van het Koninkrijk 2013
Verhuiskostenvergoedingen en vergoeding voor tijdelijk andere woonruimte (pensionkostenvergoeding) in het Verplaatsingskostenbesluit 1989 en in de Verplaatsingskostenregeling 1989 Partijen hebben het voornemen het verouderde samenstel van verhuiskostenvergoedingen, dat bovendien niet goed past binnen de arbeidsverhoudingen van het private arbeidsrecht, in de volgende cao te vervangen door een nieuwe verhuiskostenvergoeding.
- Besluit betaling emolumenten burgerlijk rijkspersoneel, artikel 3 (dienstwoning) Dit artikel wordt niet meer toegepast.
- Regeling vaststelling emolumenten burgerlijk rijkspersoneel 2011-2012, artikel 2 (dienstwoning) De indexatie van de maximumbedragen wordt voortgezet voor organisaties die deze regeling toepassen en mogelijk toekomstig gebruik.

Deze regelingen – of de onderdelen van deze regelingen – blijven op grond van artikel 17, derde lid, van de Ambtenarenwet 2017¹ nog van toepassing.

¹ Artikel 17, derde lid, van de Ambtenarenwet 2017 luidt: Voor zover en voor zolang op het in het eerste lid bedoelde tijdstip geen collectieve arbeidsovereenkomst is gesloten waarbij een overheidswerkgever partij is, blijft een in het eerste lid bedoeld voorschrift verbindend voor een overheidswerkgever en zijn ambtenaren als ware het een collectieve arbeidsovereenkomst, voor zover niet in strijd met deze wet of dwingendrechtelijke bepalingen van burgerlijk recht.

§ 28.2 Vangnetbepaling technische omzetting

Bij de technische omzetting hebben partijen beoogd veranderingen in aanspraken (verslechteringen en verbeteringen) zoveel mogelijk te voorkomen. Indien partijen in de toekomst constateren dat bij de technische omzetting aanspraken onbedoeld zijn verbeterd of verslechterd, wordt de betreffende cao-bepaling in lijn gebracht met de inhoud van de bepaling in de vervallen rechtspositionele regeling. Bij het beoordelen of dit aan de orde is betrekken partijen ook de formele toelichtingen van de vervallen regelingen. Dit is alleen anders waar partijen andere afspraken gemaakt hebben zie de opsomming onder punt 4 van de vorige paragraaf of na de looptijd van deze cao andere afspraken maken in een nieuwe/volgende cao.

§ 28.3 Experimenteerbepaling: tijdelijke afwijkingsmogelijkheid van deze cao

In het belang van het continu ontwikkelen van het personeelsbeleid binnen de sector Rijk, moedigen partijen experimenten met nieuwe vormen van personeels- en arbeidsvoorwaardenbeleid aan om daarmee ervaring op te doen. Om dit te ondersteunen is deze experimenteerbepaling, waarmee tijdelijk kan worden afgeweken van deze cao. Afspraken over het tijdelijk afwijken en welke voorwaarden bij het afgesproken experiment gelden worden in het decentraal georganiseerd overleg voorbereid. Voordat het experiment kan worden uitgevoerd moet het ter toetsing aan het Sectoroverleg Rijk worden voorgelegd.

Als een experiment op sectorniveau gewenst is, worden afspraken daarover gemaakt in het Sectoroverleg Rijk.

§ 28.4 Indexering bedragen en doorwerking aanpassing pensioenrekenleeftijd

In deze cao staat bij veel bedragen in de bepalingen dat daar momenteel het volgende bedrag of de volgende bedragen voor gelden. Als dat zo is dan houdt dat in dat de bedragen op een bepaalde manier wijzigen. Dit is aangegeven in onderstaande tabel.

Salarisbedragen Gekoppeld aan Per datum
In het hoofdstuk Vaste beloning Afspraken loonsverhoging CAO Rijk Zie voorwoord
In het hoofdstuk Algemene bestuursdienst Afspraken loonsverhoging CAO Rijk Zie voorwoord
In het hoofdstuk Schoonmakers bij de Rijksschoonmaakorganisatie Tot 1 januari 2021 gekoppeld aan de loonsverhogingen van de CAO Schoonmaak en Glazenwassersbedrijf. Daarna aan loonsverhogingen van de CAO Rijk Zie voorwoord
In het hoofdstuk Arbeidsbeperkten Ontwikkeling wettelijk minimumloon 22 jaar en ouder Per 1 januari en per 1 juli
Toelagen Gekoppeld aan Per datum
De vaste toelage voor personenchauffeurs Afspraken loonsverhoging CAO Rijk Zie voorwoord
De bedragen van de toelage bezwarende omstandigheden Afspraken loonsverhoging CAO Rijk en aan het maximumbedrag van salarisschaal 7 Zie voorwoord
De maximum bedragen van de toelage onregelmatige dienst Afspraken loonsverhoging CAO Rijk en aan het maximumbedrag van salarisschaal 7 Zie voorwoord
De maximum bedragen van de toelage bereikbaarheids- en beschikbaarheidsdienst Afspraken loonsverhoging CAO Rijk en aan het maximumbedrag van salarisschaal 7 Zie voorwoord
Het maximum bedrag van de toelage werktijdverschuiving Afspraken loonsverhoging CAO Rijk en aan het maximumbedrag van salarisschaal 7 Zie voorwoord
De minimum vakantie-uitkering Afspraken loonsverhoging CAO Rijk Zie voorwoord
Reizen Gekoppeld aan Per datum
Reiskostenvergoeding woon-werkverkeer Prijsontwikkeling OV-jaarkaart 2e klasse Per 1 januari
Verblijfkosten bij binnenlandse dienstreizen Consumentenprijsindexen oktober-oktober van accomodaties en voor restaurants en café’s en voor fastfood en afhaalservice Per 1 januari
Tarieflijst verblijfkosten bij buitenlandse dienstreis Daily Subsistence Allowance Rates per 1 oktober en per 1 april van de Verenigde Naties (VN) Per 1 januari en per 1 juli
Vergoedingen Gekoppeld aan Per datum
De vergoedingsbedragen voor bedrijfshulpverleners Afspraken loonsverhoging CAO Rijk Zie voorwoord
Het vergoedingsbedrag voor verplicht thuis telewerken Afspraken loonsverhoging CAO Rijk Zie voorwoord
Representatiekostenvergoeding Consumentenprijsindex september-september Per 1 januari
Maximale verhoogde vergoeding beroepsmatige bijstand bij procedure bij benadeling bij benadeling melden vermoeden van een misstand (per uur en totaal) Consumentenprijsindex september-september Per 1 januari
Vergoeding beroepsmatige bijstand bij procedure bij benadeling melden vermoeden van een misstand Onderdeel B1 van de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht Per 1 januari
Overig Gekoppeld aan Per datum
Maximale stimuleringspremie VWNW-beleid Maximale bedrag transitievergoeding Per 1 januari
Het bedrag per werknemer voor het A+O-fonds Rijk Afspraken loonsverhoging CAO Rijk Zie voorwoord
Het bedrag per werknemer voor de Stichting werkgeversbijdrage CAO Rijk Bedrag per werknemer in de AWVN-werkgeversbijdrageregeling dat geldt op 1 juli Geen vaste datum

Naast de in bovenstaande tabel genoemde bedragen zijn de volgende (berekende) toelagen, aanvullingen op het salaris en uitkeringen ook gekoppeld aan de loonsverhogingen die in de CAO Rijk zijn afgesproken:

  • de vaste toelage werken buiten kantoortijden
  • de PAS aanvulling
  • de toelage functieverlichting
  • de VWNW-salarisgarantie en de VWNW-salarissuppletie
  • SBF-uitkering of uitkering overgangsrecht substantieel bezwarende functies.

De aanvullingen op de WW-uitkering zijn gekoppeld aan de ontwikkeling van de WW-uitkering. De aanpassing van deze aanvullingen vindt plaats op het tijdstip waarop en met het percentage waarmee WW-uitkeringen worden aangepast.

Als de pensioenrekenleeftijd verhoogd wordt, wordt de leeftijd waarop gebruik kan worden gemaakt van de PAS-regeling en recht ontstaat op de toelage functieverlichting evenveel verhoogd.

§ 28.5 Functiewaardering

Het functiewaarderingssysteem van de sector Rijk (FUWASYS) is de basis voor de waardering van functies. FUWASYS is een weegsysteem van kenmerken en scores. Toepassing daarvan leidt tot een indeling in een hoofdgroep en niveaugroep waaraan een salarisschaal is verbonden:

Hoofdgroep Niveaugroep a Niveaugroep b Niveaugroep c Niveaugroep d Niveaugroep e Niveaugroep f
I Schaal 1 Schaal 2 Schaal 3
II Schaal 3 Schaal 4 Schaal 5 Schaal 6
III Schaal 5 Schaal 6 Schaal 7 Schaal 8 Schaal 9
IV Schaal 8 Schaal 9 Schaal 10 Schaal 11 Schaal 12
V Schaal 10 Schaal 11 Schaal 12 Schaal 13 Schaal 14 Schaal 15
VI Schaal 13 Schaal 14 Schaal 15 Schaal 16 Schaal 17 Schaal 18

Deze indelingsstructuur maakt onderdeel uit van deze cao. Het weegsysteem van kenmerken en scores dat is opgenomen in bijlage 6 van de cao kan alleen worden aangepast als daartoe in het sectoroverleg Rijk wordt besloten. Daarbij geldt dat minimaal twee vakbonden met de wijziging moeten instemmen.

De meeste werknemers die een arbeidsovereenkomst hebben met de Staat zijn ingedeeld in een functie van Functiegebouw Rijk. Aan iedere functietypering in het Functiegebouw Rijk is een salarisschaal verbonden. Grondslag voor dit schaalniveau is FUWASYS. Als er een nieuwe functietypering wordt toegevoegd aan het Functiegebouw Rijk, wordt daar ook een schaalniveau aan gekoppeld op basis van FUWASYS. Wijzigingen van het Functiegebouw Rijk worden steeds voorgelegd aan de Standaardisatiecommissie Functiegebouw Rijk, waarin de vakbonden met twee leden zijn vertegenwoordigd.

§ 28.6 Aanvullingen op de WW: karakter en evaluatieafspraak

Door partijen worden

  • de overbruggingsuitkering tot AOW-leeftijd en
  • de toepassing van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk zoals dat gold op 31 december 2019

gezien als voorzieningen die gelijkwaardig zijn aan de transitievergoeding. Werknemers die deze uitkeringen ontvangen, krijgen daarom geen transitievergoeding als daarvan vanwege de beëindiging van hun dienstverband sprake zou zijn geweest.

Het gebruik van de overbruggingsuitkering wordt vanaf 2018 tot eind 2021 gevolgd. Begin 2022 wordt in het Sectoroverleg Rijk besproken of de voorziening beëindigd kan worden. Hierbij wordt het gebruik van de overbruggingsuitkering en de kansen van ouderen op de (rijks)arbeidsmarkt betrokken.

§ 28.7 Procedure vervallen aanwijzing substantieel bezwarende functies

Door verandering van functie-inhoud kan het zijn dat er geen reden meer is een functie op de lijst van SB-functies te handhaven. Voor het vervallen van een SB-functie geldt de volgende procedure:

  • De werkgever laat de functie opnieuw beoordelen door een gecertificeerde arbodienst. Hierbij dient de gebruikelijke methodiek en beoordelingsnorm te worden gehanteerd.
  • Na consultatie van het decentraal georganiseerd overleg dient de werkgever een verzoek in bij de voorzitter van het Sectoroverleg Rijk om de functie van de lijst van SB-functies te halen. Daarbij wordt het rapport van de herbeoordeling meegezonden.
  • Als in het Sectoroverleg Rijk overeenstemming wordt bereikt over het schrappen van de functie van de lijst van SB-functies en het toevoegen daarvan aan de lijst met functies waarop het overgangsrecht substantieel bezwarende functies van toepassing is, wordt de lijst aangepast en is voor de werknemers in de betreffende SB-functie het overgangsrecht substantieel bezwarende functies van toepassing. Dit gaat in op in het Sectoroverleg Rijk vast te stellen datum.

§ 28.8 Vrijstelling voor vakbondswerk

Vakbonden die deze cao hebben ondertekend en/of deelnemen aan het decentraal georganiseerd overleg kunnen bij een werkgever kaderleden voordragen voor een periode van vrijstelling van hun reguliere werkzaamheden. Het overleg hierover vindt tenminste éénmaal per jaar plaats.

Kaderleden kunnen maximaal twaalf maanden tot maximaal 50% van de oorspronkelijke werktijd worden vrijgesteld van hun reguliere werkzaamheden. Hierbij is het de bedoeling om de vrijstelling zoveel mogelijk te clusteren tot 50% van een volledige arbeidsduur per vrijgesteld kaderlid. De werkgever stemt in met een verzoek tot vrijstelling, tenzij de bedrijfsvoering daardoor ernstig wordt verstoord. Na afloop van de periode van twaalf maanden kunnen kaderleden opnieuw worden voorgedragen voor vrijstelling.

Het werk van deze kaderleden kan onder andere bestaan uit:

  • werkzaamheden ten behoeve van decentraal overleg
  • informeren van leden en niet-leden
  • begeleiding van reorganisaties of mobiliteitsplannen.

Op basis van de ervaringsgegevens van de laatste jaren is het ijkpunt voor deze vrijstellingen gemiddeld tien maal de volledige arbeidsduur voor de gehele sector Rijk.

In het Sectoroverleg Rijk worden de ervaringen met deze afspraak over vrijstelling voor vakbondswerk periodiek besproken.

§ 28.9 Werkgeversbijdrage vakbonden

De Staat verstrekt de vakbonden die deze cao hebben ondertekend jaarlijks een bijdrage via de Stichting werkgeversbijdrage CAO Rijk. Voor de hoogte van de bijdrage wordt aangesloten bij de actuele norm van de Algemene Werkgeversvereniging Nederland. Voor de vaststelling van het aantal werknemers waarover de bijdrage wordt berekend, wordt uitgegaan van het totaal aantal werknemers dat op 1 juli van een jaar een arbeidsovereenkomst heeft met de Staat waarop deze cao van toepassing is. Werknemers met een andere arbeidsduur dan een volledige arbeidsduur worden voor de bijdrage naar rato van hun arbeidsduur meegeteld. De bijdrage wordt jaarlijks in juli door P-Direkt overgemaakt aan de Stichting werkgeversbijdrage CAO Rijk.

Op het verstrekken van de werkgeversbijdrage zijn de bepalingen van de “Overeenkomst werkgeversbijdrage sector Rijk” van toepassing.

§ 28.10 Financiering A+O-fonds

Partijen onderkennen dat het A+O fonds Rijk al vele jaren een belangrijke bijdrage levert aan de uitvoering van het personeelsbeleid van de sector Rijk op het gebied van de arbeidsmarkt, werkgelegenheid en scholingsbeleid die aansluit bij de doelstellingen van partijen op deze terreinen.

Ten behoeve van het fonds is er de “Stichting A+O-fonds Rijk” waarvan de in bijlage 17 van de cao opgenomen statuten deel uitmaken van deze cao. De activiteiten van de stichting vinden plaatst binnen de werkingssfeer van deze cao met inachtneming van het reglement¹ waarin de stichting de voorschriften en werkwijze rond het verstrekken van financiële bijdragen aan organisaties binnen de sector Rijk heeft opgenomen. Als een situatie daartoe aanleiding geeft kunnen partijen in het Sectoroverleg Rijk het bestuur van de stichting de ruimte geven om van het reglement af te wijken.

Voor het uitvoeren van zijn taken ontvangt het A+O-fonds Rijk van de Staat jaarlijks een bedrag van momenteel € 30,73 per werknemer. Voor de vaststelling van het aantal werknemers waarover de bijdrage wordt berekend, wordt uitgegaan van het totaal aantal werknemers dat op 1 juli van een jaar een arbeidsovereenkomst heeft met de Staat waarop deze cao van toepassing is. Werknemers met een andere arbeidsduur dan een volledige arbeidsduur worden voor de bijdrage naar rato van hun arbeidsduur meegeteld. De bijdrage wordt jaarlijks in juli door P-Direkt overgemaakt aan de Stichting A+O-fonds Rijk.

¹ Dit reglement is nog niet gereed. Zodra dit er is wordt het als bijlage van de cao opgenomen.