U moet zelf uw huisvesting op uw standplaats regelen. 3W kan u hierbij adviseren, waaronder een toets op uw huurovereenkomst. 3W laat u ook weten welke documenten u moet overleggen om uw vergoeding voor huisvesting te ontvangen.
Omdat het niet altijd lukt om meteen een huurwoning te hebben, heeft u bij aanvang, op de nieuwe standplaats, van uw uitzending 70 dagen (10 weken) recht op de hogere vergoeding voor tijdelijke huisvesting in plaats van de huurvergoeding. Deze tijdelijke vergoeding kan als u dat wenst maximaal veertien dagen voorafgaand aan de ingangsdatum van uw uitzending ingaan. Bij uw verhuizing van uw tijdelijke huisvesting naar uw huurwoning is een overlap in vergoedingen voorzien van maximaal vijf dagen als daarvoor een goede reden is, zoals het niet kunnen afleveren van de inboedel op de ingangsdatum van de huurovereenkomst.
De cao regelt welke kosten van huisvesting wel en niet voor vergoeding in aanmerking komen. Alleen de kosten die rechtstreeks volgen uit de huur (dit betreft de huurlasten en de eventuele afzonderlijke huur van maximaal één parkeerplaats) van een woning op uw standplaats inclusief eventuele servicekosten worden vergoed: u ontvangt hiervoor de huurvergoeding of de vergoeding voor tijdelijke huisvesting.
Overige kosten van huisvesting worden niet vergoed. Dit betreft zowel opslagen voor extra voorzieningen als bijkomende kosten en lokale heffingen. Omdat opslagen en bijkomende kosten niet voor vergoeding in aanmerking komen, kunnen deze niet worden gedeclareerd. Voorbeelden van deze kosten (niet uitputtend) zijn:
- telefoon, televisie, internet
- elektriciteit, gas en water
- reinigen, onderhoud en verbetering van de woning (inclusief erf, tuin en zwembad)
- lokale heffingen (voor bijvoorbeeld afval- en rioolheffingen)
- platformkosten (zoals voor Airbnb of Booking) en makelaarskosten;
- reserveringskosten
- toeristenbelasting
- verzekeringskosten (onverplicht of verplicht)
- kinderstoel/kinderbed;
- bedlinnen/handdoekenpakket/keukenlinnen
- huur van meubilair.
Ook de kosten vanwege huisvesting in een eigen woning (zoals hypotheek en onderhoud) kunnen niet worden gedeclareerd.
Er geldt een eigen bijdrage in de huisvesting die in mindering wordt gebracht op de vergoedingsbedragen die zijn gebaseerd op de volledige huurprijzen zonder eigen bijdrage. De reden hiervoor is dat u ook kosten voor huisvesting zou hebben gehad als u niet zou zijn uitgezonden. Er geldt geen eigen bijdrage als u een gezin heeft dat tijdens uw uitzending in uw woning in Europees Nederland blijft of als u wordt uitgezonden voor een periode van maximaal twaalf maanden. In die situaties geldt geen eigen bijdrage omdat u ook nog te maken heeft met woonlasten voor uw woning in Europees Nederland.
De eigen bijdrage is 16% van het salarisbedrag dat is vermeld in de cao bij het salarisnummer van de salarisschaal dat op u van toepassing is en uitgaat van een volledige arbeidsduur. Als u meer dan een volledige werkweek heeft, blijft deze eigen bijdrage gebaseerd op het maandsalaris bij een 36-urige werkweek en als u in deeltijd werkt, wordt de eigen bijdrage berekend over het vanwege uw deeltijdfactor verminderde maandinkomen.
De hoogte van de vergoedingen voor huisvesting op uw standplaats is steeds op dezelfde manier afhankelijk van uw gezinssituatie en het aantal slaapkamers dat daarbij nodig is. Hierbij geldt dat voor het vaststellen van uw vergoeding voor huisvesting alleen rekening wordt gehouden met uw gezinssituatie als u bent uitgezonden voor een periode van meer dan twaalf maanden en u voor de gezinsleden die u vergezellen recht heeft op de verhoging van uw uitzendvergoeding.
Als u alleen bent of wordt vergezeld van alleen uw partner geldt het vergoedingsbedrag dat ziet op huisvesting met één slaapkamer. Per vergezellend kind komt daar een slaapkamer bij waardoor hogere vergoedingen gelden. De vergoedingen zijn gemaximeerd op woonruimte voor drie kinderen. Als u tijdens uw uitzending wordt vergezeld door meer dan drie kinderen is uw vergoeding voor huisvesting gebaseerd op die voor drie kinderen.
De vergoedingsbedragen voor uw huisvesting zijn gebaseerd op de volledige huurbedragen exclusief eigen bijdragen waarop een eigen bijdrage in de huisvesting in mindering wordt gebracht die afhankelijk is van uw maandsalaris en arbeidsduur (zie ook de uitleg over deze eigen bijdrage).
De in de cao opgenomen vergoedingsbedragen voor uw huisvesting zijn maximale bedragen, die ook wel huurplafond worden genoemd. Dit houdt in dat wordt uitgegaan van uw lagere daadwerkelijke huurbedrag als dat lager is dan het huurplafond. Als uw huur hoger is dan het huurplafond komt het bedrag daarboven niet voor vergoeding in aanmerking.
De maximale vergoedingsbedragen zijn in geval u in deeltijd werkt naar rato van uw arbeidsduur. Als u een arbeidsduur heeft van meer dan 36 uur stijgt het maximale vergoedingsbedrag niet mee.
In twee voorbeelden:
Voorbeeld 1:
U bent uitgezonden voor een periode van 48 maanden en u wordt op uw standplaats vergezeld door uw gezin. Voor uw standplaats geldt voor uw situatie een maximale huurvergoeding van bijvoorbeeld € 3.400 per maand en u huurt een woning met een huurprijs van € 3.200 per maand. U heeft een arbeidsduur van 40 uur per week en een maandsalaris van € 6.500 per maand.
Uw huurvergoeding bedraagt dan € 3.200 minus de eigen bijdrage in de huisvesting
De eigen bijdrage in de huisvesting bedraagt 16% van (36/40 * € 6.500) = € 936.
U ontvangt dus een huurvergoeding van € 2.264 per maand.
Voorbeeld 2:
U bent uitgezonden voor een periode van 36 maanden en u wordt op uw standplaats vergezeld door uw partner. Voor uw standplaats geldt voor uw situatie een maximale huurvergoeding van € 2.400 per maand en u huurt een woning met een huurprijs van € 2.500 per maand. U heeft een arbeidsduur van 32 uur per week en een maandsalaris van € 5.600 per maand.
Uw huurvergoeding bedraagt dan (32/36 * € 2.400) = € 2.133 minus de eigen bijdrage in de huisvesting.
De eigen bijdrage in de huisvesting bedraagt 16% van € 5.600 = € 896.
U ontvangt dus een huurvergoeding van € 1.237 per maand.
Bij afloop van uw uitzending heeft u -spiegelbeeldig aan de vergoedingen bij aanvang- recht op 14 dagen vergoeding voor tijdelijke huisvesting voorafgaand aan vertrek van uw standplaats en vervolgens op 70 dagen vergoeding voor tijdelijke huisvesting in Europees Nederland. Hierbij geldt ook het spiegelbeeldige recht op maar één overnachting na terugkeer in Europees Nederland als uw gezinsleden u tijdens uw uitzending niet vergezellen of als u wordt uitgezonden voor een periode van maximaal twaalf maanden.
Binnen de randvoorwaarde dat het uitgangspunt is dat u maximaal drie dagen na afloop van uw uitzending vertrekt naar Europees Nederland, kunt u flexibel omgaan met deze vergoedingen, waarbij geldt dat de totale periode voor vergoeding voor tijdelijke huisvesting niet langer dan 84 dagen kan zijn. Als dat vanwege het aflopen van uw huurovereenkomst gewenst is, kunt u de vergoeding voor tijdelijke huisvesting eerder laten ingaan dan u vertrekt.
In een voorbeeld:
Omdat uw huurovereenkomst vier weken voorafgaand aan het einde van uw uitzending eindigt en u twee dagen na afloop van uw uitzending vertrekt naar Europees Nederland, heeft u 30 dagen een vergoeding voor tijdelijke huisvesting op uw standplaats nodig. De eerste veertien dagen daarvan geldt daarvoor het tarief van uw standplaats en de daarop volgende zestien dagen geldt het tarief van Europees Nederland. Aangekomen in Europees Nederland heeft u nog 54 dagen recht op een vergoeding voor tijdelijke huisvesting voor het daar geldende tarief.
De cao regelt welke voorwaarden gelden als u tijdens uw uitzending in een dienstwoning gaat wonen en dat daarbij de bepalingen van de ACRU worden toegepast over de inhouding op uw salaris voor water- en energieverbruik, servicekosten en lokale heffingen en over de bewoning van de dienstwoning. Deze bepalingen treft u aan in artikel 3.8 en 3.9 (inhoudingen op het salaris) en in Afdeling 7 (bewoning) van de ACRU.