Als u vanwege de duur van uw uitzending recht heeft op de verhoging van uw uitzendvergoeding voor meereizende gezinsleden, dan heeft u afhankelijk van de voorwaarden, ook recht op alle overige voorzieningen (huisvesting, vliegtickets, onderwijs en kinderopvang). Het tegenovergestelde geldt ook: als u geen recht heeft op verhoging van uw uitzendvergoeding voor meereizende gezinsleden dan heeft u ook geen recht op de andere voorzieningen voor gezinsleden in hoofdstuk 25 van de cao. Voor meereizende gezinsleden geldt in principe dat zij u vergezellen vanuit Europees Nederland en gedurende uw gehele uitzending vergezellen. Als gezinsleden u wegens omstandigheden korter vergezellen (bijvoorbeeld in geval van een echtscheiding of omdat uw kind gaat studeren aan een universiteit) dan heeft dat uiteraard gevolgen voor de hoogte van uw uitzendvergoeding en overige voorzieningen.
Uw recht op de uitzendvergoeding stopt bij beëindiging van uw uitzending. Als uw uitzendvergoeding stopt vanwege het einde van uw uitzending volgt uit de cao dat ook uw voorzieningen voor huisvesting en andere voorzieningen stoppen, inclusief de vergoeding voor vliegtickets. Als u uw uitzending wilt afsluiten met een vakantie, kunt u dat dus beter tijdens de laatste week of weken van uw uitzending doen en niet na afloop van uw uitzending, omdat u dan geen aanspraak meer heeft op de voorzieningen.
Uw recht op de uitzendvergoeding stopt ook als u meer dan zestig dagen niet op uw standplaats bent of zodra bij of na het verlaten van uw standplaats duidelijk is dat uw afwezigheid meer dan zestig dagen gaat duren, bijvoorbeeld voor het uitvoeren van een tijdelijke opdracht in Europees Nederland.
Als uw uitzendvergoeding stopt vanwege afwezigheid dan heeft dat geen gevolgen voor uw voorzieningen voor huisvesting. Die eindigt pas bij beëindiging van uw uitzending.
De verhoging van uw uitzendvergoeding voor een meereizend gezinslid stopt zodra dat gezinslid meer dan zestig dagen niet op uw standplaats aanwezig is of zodra bij of na het verlaten van uw standplaats duidelijk is dat de afwezigheid van het gezinslid meer dan zestig dagen gaat duren: bijvoorbeeld als uw partner vertrekt voor een familiebezoek van drie maanden. De verhoging van uw uitzendvergoeding voor een meereizend gezinslid stopt ook in geval dat gezinslid per periode van zes maanden, gerekend vanaf aanvang uitzending, niet minimaal 120 dagen op uw standplaats verblijft.
Als de verhoging van uw uitzendvergoeding voor een meereizend gezinslid stopt, stoppen ook de overige voorzieningen voor gezinsleden. Uw voorzieningen voor huisvesting wijzigen pas zodra duidelijk is dat het vertrek van een meereizend gezinslid definitief is.
De vergoeding voor dubbele huishouding geldt als u bent uitgezonden en uw gezin achterblijft in Europees Nederland terwijl u vanwege de duur van uw uitzending recht op heeft op een verhoging van uw uitzendvergoeding voor uw gezinsleden die u tijdens uw uitzending vergezellen. Omdat uw gezin u niet vergezelt, heeft u te maken met kosten van hun huishouding die u niet zou hebben gehad als uw gezinsleden u wel vergezeld zouden hebben. Om u in die kosten tegemoet te komen, ontvangt u een vergoeding voor dubbele huishouding. Dit is een aanvulling op de algemene tegemoetkoming voor deze kosten die bestaat uit het niet hoeven betalen van de eigen bijdrage in de huisvesting van 16% van uw salaris.
De cao regelt onder welke voorwaarden u recht heeft op vergoeding van 95% van de onderwijskosten en wat er wel en niet tot onderwijskosten gerekend wordt. De vergoeding van 95% geldt ook voor het volgen van extra vakken die niet worden gegeven op de school van uw kind maar waarvan de kostenafwikkeling wel via de school van uw kind loopt. Als uw kind bijvoorbeeld lessen Nederlands moet volgen dan komen de kosten daarvan voor vergoeding in aanmerking als de kosten daarvan in rekening worden gebracht via de school van uw kind. Eventueel kunt u de school van uw kind assisteren bij het regelen van het onderwijs in de extra benodigde vakken. Bijlessen en huiswerkbegeleiding zijn geen extra vakken en komen niet voor vergoeding in aanmerking.
Als uw kind examen op een ander (ei)land van het Caribisch deel van het Koninkrijk moet doen, worden de reis- en verblijfkosten vergoed volgens de bepalingen van een buitenlandse dienstreis.
Als uw kind nog geen secundair onderwijs volgt, heeft u recht op vergoeding van 55% van de kosten voor redelijkerwijs noodzakelijk kinderopvang. Dit houdt in kinderopvang die nodig is vanwege de functievulling voor alle uren die u werkzaam bent, inclusief reistijd. Als u een partner heeft die u op de standplaats vergezelt dan heeft u alleen recht op kinderopvang voor de uren dat uw partner – inclusief reistijd - arbeid verricht waaruit inkomen wordt genoten, vrijwilligerswerk doet of scholing volgt die is gericht op de vergroting van de kansen op het verwerven van arbeid.
Bij het vaststellen van de hoogte van de maximale vergoeding voor kinderopvang wordt uitgegaan van de wettelijk maximale uurprijzen. Per 1 januari 2026 bedragen die:
| Soort opvang | Maximale uurprijs |
|---|---|
| dagopvang | €11,23 |
| buitenschoolse opvang | € 9,98 |
| gastouderopvang | € 8,49 |
Daarnaast wordt rekening gehouden met de koopkrachtcorrectie van uw standplaats zoals opgenomen in bijlage 18 van de cao.
In een voorbeeld:
Voor uw standplaats geldt een koopkrachtfactor van 1,175 en u maakt voor redelijkerwijs noodzakelijke kinderopvang gebruik van opvang via gastouderopvang die € 9 per uur kost.
U heeft in dat geval recht op een vergoeding van 55% van € 9 = € 4,95 per uur omdat dit minder is dan het maximale vergoedingsbedrag van 55% van € 8,10 * 1,175 = € 5,23 per uur.